Frits wil minder juristen

The first thing we do, let’s kill all the lawyers.
William Shakespeare

Frits is een week geleden gekozen als gemeenteraadslid. Zijn partij heeft bij de verkiezingen het verbeteren van het functioneren van het ambtelijk apparaat hoog op de agenda gezet. Frits wil hier nu wat aan gaan doen. Via, via is hij contact gekomen met de Hork, die hem daar meer over kan vertellen. Vandaag is hun eerste ontmoeting.

Frits ontmoet De Hork

Frits komt aan op het terras en gaat zitten. Hij bestelt een biertje bij de ober. Net als hij zijn eerste teug neemt loopt er iemand op hem af.
“Hallo. Jij bent Frits?”
Frits staat op en geeft een hand.
‘Inderdaad. Dan ben jij De Hork. Aangenaam kennis te maken.’
“Insgelijks.”
‘Wil je een biertje?’
“Graag.“

De Hork gaat zitten. Frits steekt zijn hand op naar de ober. Deze brengt nog een bier. De Hork heft zijn glas.
“Proost Frits. Op je raadslidmaatschap.”
‘Proost Hork.’
“Zo, je vertelde me door de telefoon dat je gemeenteraadslid bent geworden.”
‘Dat klopt.’
“En de slogan van je partij was: Meer dienstverlening met minder ambtenaren?”
‘Dat klopt’
“En je vertelde me door de telefoon dat je er wilt echt werk van maken…”
‘Yep.’
“Mooi. Laten we eens kijken wat dat wil zeggen. Welke ambtenaren gaan jullie ontslaan”
‘Hoe bedoel je?’
“Nou, de gemeente heeft zo’n 700 ambtenaren in dienst. Daarvan zitten 140 bij de reiniging. Hoeveel gaan jullie daarvan ontslaan?”
‘We willen in principe met 10% minder ambtenaren, dus dat komt neer op 14 man bij de reiniging.’
“En denk je dat de rest opeens 10% meer productie gaat leveren? Of eigenlijk 20% meer, want meer dienstverlening staat ook in jullie slogan?”
‘Moet toch mogelijk zijn?’
“Zeker, maar denk je dat de overgebleven 90% opeens het licht ziet als jouw partij dat enthousiast in de Raadsvergadering staat rond te toeteren?”
‘Wel, misschien niet direct, maar op termijn zullen ze toch moeten zien dat er geen andere weg is.’
“Correctie. Er is wel een andere weg.”
‘En dat is?’
“Stiptheidsacties, demotivatie, angst om ook ontslagen te worden en dus indekgedrag. Met als gevolg minder schone straten.”
‘Maar dat moet het management toch voorkomen?’
“Je gooit er een stel uit en dan moet het management ze weer motiveren? Welterusten, Frits! Oké. Juristen dan. Jullie hebben 4 juristen rondlopen. Een halve of hele jurist eruit dan maar?”
Frits kijkt al een stuk minder vrolijk. De Hork geeft hem wat rust.

Welaan. De Hork windt er geen doekjes om. Het is van dik hout zaagt men planken. Laten we kijken hoe Frits hiermee omgaat.

Het kwartje valt

Frits denkt na.
‘Stel’, zegt Frits, ‘ik zeg een hele jurist. Ga jij me dan vertellen dat de gemeente in de problemen komt doordat bijvoorbeeld procedures en vergunningen laat of te laat afkomen?’
“Heel goed mogelijk, Frits. En vervolgens…”
Frits valt de Hork in de rede. “En vervolgens moeten we de hele afdeling financiën opheffen om de doelstelling van 10% van het complete ambtenarenbestand te halen.’
De Hork begin te lachen. ”Goed gezien, Frits. Er is echter nog één mogelijkheid die je over het hoofd ziet.”
‘En dat is?’
“Ontsla het voltallige management. Scheelt ook een stuk.”
Nu moet Frits ook lachen. ‘Het beste idee van de dag, Hork. Kunnen de overgebleven ambtenaren rustig doorwerken. Dat scheelt een stuk.’
“Precies. Overigens.. het management zou er misschien eerder voor kiezen om de politici te ontslaan, denk je niet?”
‘Hoho, Hork, gaan we grappig zitten wezen?’
“Geintje Frits. Maar goed. Laten we het eens per afdeling gaan bekijken. De juristen maar eens onder de loep nemen?”
‘Okido. Biertje?’
“Graag.”

Frits is meegegaan in de gedachte van De Hork. Hij is wakker geschud en dus kan De Hork doorgaan. Frits kwam op het eerste gezicht wat naïef over. In het vervolg zullen we zien dat hij de zaken snel oppakt.

Minder juristen?


“Oké, Frits. We gaan het hebben over de juristen.”
‘Yep. We hebben er nu vier.’
“Waarom denk je dat het met minder kan?”
‘Meer gevoel dan wijsheid, denk ik.’
“Jaja, de wens is de vader van de gedachte. Hoe denk je dat de juristen reageren als je dit zo zegt in de gemeenteraad?”
‘Mmm. Daar heb je weer zo’n raadslid met een grote mond.’
“Precies. Niet gehinderd door enige kennis van zaken weet deze meneer het weer beter.”
‘Ja. Maar het viel wel goed bij de kiezers.’
“Dat was bij de verkiezingen. Nu het echte werk. Wat doen die juristen volgens jou?”
‘Eh. Verordeningen schrijven, wethouders en ambtelijke diensten adviseren, rechtszaken voeren voor het college.’
“Je zegt verordeningen. Bijvoorbeeld de belastingverordening. Moet deze dan maar niet meer komen?”
‘Lastig. Is toch een wettelijk voorgeschreven verordening?’
“Yep. Dus…?”
‘Dus dit wordt lastig.’
“Ja. Alleen de zon gaat voor niets op.”
‘Mmm. En als je de advisering afschaft krijg je slechte besluitvorming en dus meer rechtszaken en dus extra behoefte aan juristen etc.’
“Ha. Het licht springt aan.”
‘Maar wat moet ik dan?? Als het zo door gaat kan ik helemaal niets.’
“Dat begint er wel op te lijken. Toch is dat niet zo.”
‘Vertel op Hork. Dit wil ik nu juist weten.’
“Oké. Eerst een biertje. Ober? Twee maal graag.”

Ja. Zomaar snijden in het aantal juristen werkt dus niet. Het werk moet tenslotte wel gedaan worden. Laten we gaan kijken wat de Hork Frits te bieden heeft…

Het college doet ook mee

De ober brengt de bieren.

“Proost.”
‘Proost Hork’

“Oké Frits. Het college neemt besluiten. Burgers en bedrijven kunnen in beroep gaan. Hiervoor komen ze bij een beroepscommissie. Die geeft het College van Burgemeester en Wethouders een advies. Besluit handhaven of intrekken. Het College moet hierover een besluit nemen. Meestal neemt het College het advies van de beroepscommissie over, soms niet.”
‘Waarom niet Hork? Die commissie is toch niet gek?’
“Nee, maar de wethouders doen wel eens gek. In sommige gevallen is bij wethouders het ego wel eens groter dan het gevoel voor realiteit. Hier kom ik nog op terug.”
‘Oké. Verder.’
“Daarna kan het alsnog naar de bestuursrechter gaan. Het punt is: weet jij van jouw gemeente hoeveel beroepszaken het college wint of verliest?”
‘Nee. Maar ik neem aan dat we niet veel verliezen. Waar hebben we anders al die juristen voor zitten?’
“Frits, Frits. Ho effe. Oké?”
‘Oké, Hork. Zeg het maar.’
“Je zegt: waar hebben we anders al die juristen voor zitten?”
‘Klopt.’
“Nemen die juristen de besluiten?”
‘Nee, natuurlijk niet. Dat doet het college. De juristen adviseren allen maar.’
“En wie zegt dat het college het advies van de juristen overneemt?”
‘Dat lijkt me wel. Zo stom zijn ze toch niet?’
“Nou nou. Dat valt nog te bezien. Het verstand is wel vaak in orde, maar soms verhindert de emotie dat het verstand aan het werk gezet wordt. Een vriend van mij heeft ook eens als jurist voor een gemeente gewerkt. Wil je zijn verhaal horen?”
‘Als ik je zo zie kijken, liever niet Hork. Maar goed. Kom maar op met die vriend van je.’

Hier brengt De Hork het College in beeld. Logisch ook. Als raadslid kan Frits niet direct invloed op de ambtenaren uitoefenen. Dit moet dus via het College. Laten we teruggaan naar het terras…

Het verhaal van Jan

“Oké. Jan had enkele jaren als jurist gewerkt voor de gemeente. Nu werkt hij voor een kleine advocatenfirma. Ik kwam hem laatst tegen. Zegt Jan: – God, wat ben ik blij dat ik niet meer bij die gemeente werk. Die wethouders waren zo stronteigenwijs, daar viel niet tegenop te adviseren. Hoe vaak ik wel niet bij de rechter heb gezeten en met gekromde tenen een volstrekt onhaalbare zaak heb moeten verdedigen, dat wil je niet weten. Tegenwoordig zit ik aan de andere kant. Veel leuker. Ik kan nu al die eigenwijze besluiten van die wethouders aanvechten. Ik win veel meer zaken, wordt twee keer zoveel betaald en heb vier keer zoveel lol. – Einde verhaal van Jan.”
‘Nou hallo, hallo. Is dat niet wat overdreven, Hork?’
“Wie het weet mag het zeggen, Frits. Natuurlijk is het bij Jan zo dat er sprake is van een jarenlang opgebouwde ergernis. Wat overigens ook meespeelde is wat er vaak na menig rechtszaak gebeurde. Als de gemeente deze verloren had, was vaak de eerste reactie van de wethouder om Jan en zijn collega’s te verwijten dat zij hun werk niet goed hadden gedaan. Stel je toch eens voor dat de wethouders een fout besluit hadden genomen. Nu ken ik Jan een beetje maar zo’n slechte jurist is hij nou ook weer niet. Integendeel, tegenwoordig wint hij veel zaken. Dus, om Jan zijn verhaal even op een rijtje te zetten: vaak adviseerde hij negatief op een voorgenomen besluit, de wethouders prezen hem niet om zijn expertise maar noemden hem een azijnpisser, namen het besluit, verloren de zaak en dan was het Jan die gefaald had bij de rechtbank. Hoe lang denk je dat een zichzelf respecterende jurist in deze sfeer wil werken? En dus gemotiveerd en zo blijft?”
‘Ja, op die manier kan ik me er wel wat van voorstellen. Was het echt zo erg?’
“Naar ik heb vernomen wel. Jan was niet de enige met dit verhaal.”
‘Mmm. Maar wat bezielt die wethouder dan om zo tekeer te gaan?’
“Aha. Dat is de vraag waar het om gaat, Frits. Ben je klaar?”
‘Yep.’

Dit gebeurt vaker. In principe zijn de meeste ambtenaren van goede wil. Maar als Colleges het bovenstaande iets te veel doen, dan verdwijnt de motivatie. En motivatie krijgt het College echt niet terug door luidkeels te toeteren dat die ambtenaren niet moeten zeuren maar werken. Alhoewel sommige wethouders dit laatste vaak proberen…

De valkuil voor de wethouders

“Goed. Deze wethouders zijn in een bekende valkuil gevallen. Bij de verkiezingen vroegen ze de kiezer om zijn stem. Dat maakt mogelijk nog een beetje nederig. Éénmaal wethouder geworden hebben ze een eigen koninkrijk. Ze zijn de baas. Ze hebben het voor het zeggen. Alle ambtenaren moeten voor hen lopen. Voor de wethouder is de verleiding groot om in een roes te komen en te denken dat hij koning of, erger nog, god is geworden. Een wethouder die voor deze verleiding valt verliest het contact met de realiteit. Hij legt ambtenaren, die durven tegen te spreken, het zwijgen op. HIJ, de wethouder, zal hier groots en meeslepend de wereld gaan veranderen en wee degene die hem daarbij in de weg loopt. Het ego van de wethouder wordt groter en groter. Zijn directe omgeving sluit zich steeds meer af voor hem. Met zo’n opgeblazen ego ziet de wethouder de wet niet meer als een democratische grens, maar als een vervelend obstakel dat het parlement in Den Haag in haar oneindige domheid heeft neergelegd. De wethouder redeneert: ik ben god, dus wie legt mij iets in de weg. Laat staan dat hij naar een ambtenaar luistert die hem waarschuwt voor mogelijke nadelige gevolgen van een besluit. Kortom, dit soort grandioso is waar Jan mee te maken had.”
‘Nou, dit is wel een erg zwart schema, Hork.’
“Klopt, Frits. Dit is het ergste wat kan gebeuren. En vaak gaat het ook goed. Maar dit soort gedrag komt wel degelijk voor en in verschillende gradaties. Natuurlijk is het zo dat bij veel besluiten de wethouder naar de jurist luistert. Waar het om gaat zijn de besluiten waar de wethouder emotioneel betrokken is en zijn zin wil krijgen. Als er dan geen verstandig woord met hem te wisselen is, dan krijg je brokken. Met name intern. Naar buiten toe wordt een mooi smoelwerk getrokken en gedaan of er niets aan de hand is. Makkelijk vol te houden zolang de ambtenaren hun mond moeten houden en de gemeenteraad niet al te kritisch is.”
‘Oké. Dus de oplossing is dat de ambtenaren de gemeenteraad inlichten.’
“Leuk geprobeerd, Frits. Vergeet het maar. Je mag drie keer raden waarom.”
‘Mmmm. Ambtenaren die de gemeenteraad inlichten kunnen hun carrière wel vergeten? Om over ontslag maar niet te spreken?’
“Heel goed Frits. Dus voor wie ligt er hier een schone taak?”
‘Voor de gemeenteraad en dus voor Frits. Dat wou je uiteindelijk toch horen, Hork?’
“Inderdaad Frits. En nu we zover zijn, verdien je een biertje. Ober!”

De Hork slaat de spijker op de kop. Als je als raadslid gaat zitten wachten tot ambtenaren bij je komen klagen over wethouders dan kun je wachten tot Sint Juttemis. Zelf actie ondernemen is dus hét devies voor raadsleden die iets willen veranderen. En voor burgers die willen dat raadsleden iets veranderen…

De Gemeenteraad komt in actie

Twee verse bieren worden gebracht, de schuimkragen genipt.

‘Oké Hork, hoe kom ik te weten of het bij onze gemeente ook zo’n puinhoop is en goede juristen afhaken?’
“Heel simpel. De sleutel is informatie. En door de juiste informatie te weten te komen maak je ook een begin met de oplossing. Als ik het goed heb, hebben jullie een productenbegroting.”
‘Ja. Dat is wel handig. Alle producten staan per beleidsveld op een rij. Erg handig om een goed financieel overzicht te krijgen.’
“Precies. Maar volgens mij staan er ook nog meetgegevens per product. Klopt dat?”
‘Yep.’
“Laten we even terug gaan naar een eerdere vraag. Weet jij hoeveel beroepszaken worden gewonnen of verloren door het college?”
‘Nee. Dat heb ik al gezegd, Hork.’
“Dat staat dus niet in de productgegevens bij de begroting? En dus niet in de kwartaalrapportage? En dus niet in het jaarverslag?”
‘Nee, nee en nee. Maar ik geloof dat ik begin te begrijpen waar je naar toe wilt. Bij de afdeling juridische zaken staat wel het aantal gevoerde zaken. Als we dit zouden aanvullen met een uitsplitsing naar gewonnen en verloren, dan krijgen we meer zicht op de kwaliteit van de besluitvorming.’
“Precies. En dus betere controle op het college. En, zoals het spreekwoord zegt: wat gemeten wordt, wordt gedaan. Oftewel, door de toegenomen aandacht van de raad zal het college hier beter opletten. Met als gevolg dat er betere besluiten komen. Even een voorbeeld. Stel dat het College 100 zaken per jaar heeft. Hiervan wint zij er 50 en verliest zij er 50. Als het College de besluitvorming zodanig aanpast dat in plaats van de 50 die zij verliest er nog maar 5 à 10 verliest, dan heeft het College nog maar zo’n 60 zaken per jaar, met 80% succes. Tegen 100 zaken per jaar daarvoor met 50% succes. Lijkt me een forse verbetering. En als dit doorzet krijgt de gemeente de reputatie dat de meeste zaken door haar gewonnen worden. Dit kan dan ook ontmoedigend werken op burgers en organisaties die een zaak aanspannen maar verliezen (de andere 50). Hierdoor zal het aantal zaken nog meer afnemen.”
‘En dus meer tevreden politici, ambtenaren en burgers.’
“Yep. Alleen zullen de ambtenaren je dit niet meteen in dank afnemen, Frits.”
‘Ja, Hork. Hoe heb ik het nu. Zaak opgelost en dan weer ontevreden ambtenaren.’
De Hork lacht.
“Wat denk je dat er gebeurt als de besluitvorming beter wordt?”
‘Eeeh. Minder bezwaarschriften, minder rechtszaken. Scheelt natuurlijk ook weer geld. Oh oh, en dus minder werk voor de ambtenaren. En dus teruggang van de werkgelegenheid.’
“Ja Frits, heel goed. En volgens mij is de cirkel nu rond. Je wilde minder ambtenaren en dat punt hebben we nu bereikt.”
‘Ja. En volgens jou met boze ambtenaren.’
“Valt wel mee Frits. Als je roept dat ze harder moeten werken worden ze boos en krijg je ruzie. Als je zelf je werk goed doet en het werk vermindert dan balen ze wel, maar ze gaan niet de barricaden op. Misschien hebben ze stilletjes wel bewondering voor je. En, vergeet niet, het werk is een stuk aangenamer. Daarnaast is de teruggang in het werk geleidelijk, vaak via natuurlijk verloop. Dus zonder gedwongen ontslagen.”
‘Klopt. Dus eigenlijk is de sleutel tot minder ambtenaren, gewoon zorgen dat er minder overtollig werk te doen is.’
“Precies. En dat ligt in handen van de politici.”
‘Ik snap ‘m. Het lijkt me alleen wel veel moeite voor één jurist.’
“Op het eerste gezicht wel. Maar als je één jurist uit vier overtollig weet te maken dan is dat een besparing van 25%. Dat is de eerste stap. Als je dit kunstje bij meer afdelingen gaat uithalen, kun je in de buurt van je gewenste 10% voor de hele organisatie komen. Als je die ene jurist te mager vindt komt het spreekwoord: wie het kleine niet eert, is het grote niet weert. Elke reis begint tenslotte met de eerste stap.”
‘Oké, dat is duidelijk. Aan de andere kant, ambtenaren zorgen toch ook wel eens voor overtollig werk?’
“Natuurlijk. Maar dat komt een andere keer. Trouwens, er is in dit geval nog een leuk neveneffect.”
‘En dat is?’
“Met minder zaken ontlast je de rechtbank en zorg je dat advocaten en rechters minder te doen hebben. Op zich een aardige maatschappelijke bijdrage. Ook een goede indicator. Als de bestuursrechter in de krant gaat klagen over de lage werkdruk, dan weet je dat je het goed hebt gedaan.”
Frits begint te lachen.
‘Klinkt mooi Hork, maar dat zal nog wel een poosje duren.’
De Hork lacht mee.
“Klopt Frits. Maar des te eerder jij begint, des te eerder begint de rechtbank te piepen. Succes ermee!”
‘Dank Hork. Proost!’

Wel, dit was duidelijk. De ‘Grote Rode Knop’, waarop je kunt drukken om het aantal ambtenaren te verminderen, bestaat niet. Het moet per ambtenaar dan wel per afdeling bekeken worden. Dat wordt dus nog hard werken voor Frits…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *